Een heel belangrijk onderdeel van goed functionerende darmen zijn de micro-organismen die er leven. Er zijn bacteriën die ons helpen met onze gezondheid en van wezenlijk belang zijn daarin. Er zijn bacteriën die ervoor zorgen dat er een prettige en voedzame omgeving is voor die belangrijke bacteriën. Er zijn

bacteriën die eigenlijk niets doen, behalve eten van onze voedselresten. Ze pesten niet en ze helpen niet. En er zijn bacteriën die ons wel dwars zitten. Ze kunnen ons ernstig ziek maken of ons op het randje van ziek zijn houden. Wat een verschil als deze bacteriën het veld ruimen en er helpende bacteriën in de plaats komen! Waar het om gaat is hoeveel van elke soort aanwezig is, dus de onderlinge verhouding.

Tijdens mijn studie over de darm is me 1 ding duidelijk geworden: het is rete-ingewikkeld dat leven daar beneden!

Balans
Er zijn zó veel bacteriën dat het een hele tijd gaat duren voordat we hier echt iets van weten. Tot die tijd is het roeien met de ervaringsriemen die we zelf ontwikkelen en leren van anderen.
Gelukkig weten we daarover al genoeg om een heleboel disbalansen uit het lichaam te werken.
We maken dankbaar gebruik van het zelfherstellend vermogen van het lichaam. Dat weet echt wel waar het naartoe wil als het maar de goeie stofjes maar krijgt.
En dan ben je op het vlak waar ik weer goed in ben: voeding.

Hoe komen bacteriën in de darm?
Voordat ik daarover ga vertellen wil ik eerst iets vertellen over de goede bacteriën en hoe ze in je darmen komen.
En dat begint bij de geboorte. Daar wordt de basis voor je darmflora gelegd! Je komt namelijk zonder darmbacteriën uit de buik van je moeder. De eerste darmbacteriën die je tegenkomt bij een natuurlijke bevalling zitten in het geboortekanaal van je moeder (oa de Escherichia Coli en Lactobacillus soorten). Die komen via je mond uiteindelijk in je darmen terecht, waar de darmcellen al wachten op deze vriendjes met wijd-open staande zuignapjes of receptoren waar ze kunnen ‘aandokken’ (als een leeg stadion dat wacht op de bezoekers).

Borstvoeding
Als je vervolgens borstvoeding krijgt dan zitten op de tepelhof ook bacteriën die leven op de melk en zo in je darm terecht komen (oa de Lactobacillus soorten). Wat deze eerste bezetters oa doen is de zuurstof uit je darmen weghalen. Door zuurstofrijk bloed zit er namelijk nogal wat zuurstof in je darmen als baby en dat is weer dodelijk voor de bacteriën die er willen wonen: de anaerobe bacteriën (aeroob is met zuurstof, denk aan air..).

Daardoor wordt de omgeving bewoonbaar voor de grootste groep bewoners van onze darmen: de anaeroben. Een aantal soorten zijn daarin belangrijk: Bacteroiden, Bifidobacteriën, Enterobacteriën, en Bacillus, naast dus de eerder genoemde Escherichia Coli en Lactobacillus. We noemen ze ook residente bacteriën, ofwel die bacteriën die daar thuishoren. De bedoeling is dat deze alle lege plekken in onze darm gaan bezetten zodat er geen ruimte is voor de minder prettige bacteriën die met de voeding meekomen. Zoals een vol stadion waar geen bezoeker meer bij kan.

Welke bacterie zei je?
Oplettende lezers weten dat er ook Escherichia Coli bacterien zijn die ons ziek maken. Dat klopt. De wereld van bacteriën is zo groot dat we ze hebben opgedeeld in soorten, binnen die soorten zijn er families en binnen de familie zijn er stamsoorten. Dus je hebt Lactobacillus, dan de Lactobacillus Casei, en daarbinnen de Lactobacillus Casei W56 (in dit geval is het eentje die we graag willen).
Alleen met zo’n nummer er achter weet je precies om welke bacterie het werkelijk gaat.

Hierin is nog heel veel te ontdekken. Op zich kunnen we de verschillende bacteriën met ons ver gevorderde DNA-analyse-systeem wel ontdekken en beschrijven. Maar wat ze precies doen in de darmen weten we dan nog niet.

Teamwork
Het samenspel in je darmen tussen de bacteriën moet je eigenlijk zien als een soort voetbal-elftal. Er zijn verschillende functies die elkaar aanvullen binnen een team. De keeper kan niet een rennende middenvelder worden en een aanvaller is toch minder goed als laatste man. Zo zijn er bacteriën die informatie aan onze immuuncellen doorgeven, er zijn bacteriën die het milieu een beetje zurig maken zodat vervelende soorten het net iets minder fijn hebben daar. Er zijn bacteriën die voedingsstoffen maken voor anderen, en er zijn meerdere soorten die onze darm voorzien van energie in de vorm van butyraat (dat is dan hun afvalproduct). Hoe belangrijk die zijn merk je als ze er niet zijn. Dan moet je dikke darm zijn energie uit het lichaam trekken en daar kun je chronisch moe van worden omdat er minder energie overblijft voor de rest. Goeie darmbacteriën voorzien de darm met 40% van de nodige energie.

Ontwikkeling na borstvoeding
Afijn, we waren nog bij de baby met borstvoeding. Voordat we de juiste samenstelling van darmbacteriën hebben zijn we namelijk 2 jaar, dus tot die tijd is er een constante verschuiving. Na zo’n 3 tot 6 maanden uitsluitend borstvoeding (waar overigens ook speciale voeding zit voor de bacteriën!) krijg je je eerste vaste hapje. Voor sommige babies is dat banaan met sinaasappel, fruit dus, en voor de andere baby is dat een groente hapje (wortel met wat witte rijst ofzo). Dat is weer een moment voor je darmflora om van samenstelling te gaan veranderen. Fruit en groenten bevatten van zichzelf al bacteriën en ook voeding voor bacteriën. Dus aan de ene kant wordt ons immuunsysteem getest, erg nuttig, en aan de andere kant worden de goeie bacteriën gevoed. Zodra er vlees bijkomt zijn er weer andere bacteriën die gevoed worden.

Volledige vertering?
Hier moet ik even een misverstand dat ik zelf heb gehad toelichten. Ik dacht altijd dat ons verteringssysteem alles wat wij kunnen verteren uit de voeding haalt en dat wat dan overblijft is voor de bacteriën. Dat is dus niet helemaal waar. Hoe meer we eten, hoe minder efficiënt we kunnen verteren en hoe meer er overblijft voor onze darmbewoners. Nu blijkt dat onze helpende bacteriën zich voeden met vooral de vezels uit groenten, fruit, granen en peulvruchten. Eten we meer vlees komen er eiwitverterende bacteriën bij. Onze voeding en de hoeveelheid daarvan bepaalt voor het grootste gedeelte de samenstelling van onze darmbewoners.

Eten we dus geen vezels maar veel ‘lege’ koolhydraten (witte bloem en suiker) en eiwitten (kaas en vlees) dan gaan er bacteriën zitten die daar de resten van op eten. En dat blijken nou net niet de helpende bacteriën te zijn.

Het is dus voor het ontwikkelen van goede darmflora heel belangrijk wat er in die eerste twee jaren van ons leven is gebeurd. Daarna blijkt de samenstelling vrij constant tot na ons 50ste jaar. Dan verandert de samenstelling weer.

Tijdens ons leven kunnen we onze darmflora zowel positief als negatief beïnvloeden. En daar gaat de volgende lezing over: hoe helpen wij onze helpende bacteriën!

Inschrijven voor mijn nieuwsbrief kan hieronder.