Uitleg over de werking van de schildklier, hypo- en hyperthyroïdie.

De schildklier is een klein orgaan dat zich rondom de luchtpijp heeft gevouwen, net onder het strottenhoofd. Het weefsel bestaat uit blaasjes, follikels, waaromheen de schildkliercelletjes zitten.

De schildkliercellen zorgen voor de aanmaak van schildklierhormoon. Dat doen ze, verbazend genoeg, in de ruimte van het blaasje, dus buiten de cel zelf! Blijkbaar is dat de beste plek daarvoor.

Om dat hormoon te kunnen maken op die plek zijn een aantal grondstoffen nodig: tyrosine, een aminozuur (zit in allerlei eiwitten) en jodium (moet in de voeding zitten). Om de boel veilig te laten verlopen is ook selenium nodig, een sporenelement dat in vrij veel voeding voorkomt.

De werking van de schildklier laat zich lastig definiëren. Je kunt ook zeggen: hij bemoeit zich overal mee!! Omdat hij de verbranding regelt van het lichaam, oftewel de warmteproductie, worden ALLE metabole reacties in het lichaam beïnvloed door dit hormoon. Hoeveel en hoe snel de schildklier werkt wordt gecontroleerd door de hypothalamus, een piepklein orgaan in het midden van onze hersenen dat vele onbewuste processen in ons lichaam aanstuurt.

Aanmaak van schildklierhormoon

Als de hypothalamus vindt dat er schildklierhormoon gemaakt moet worden dan meldt ‘ie dat (m.b.v. TRH) aan de hypofyse die op ongeveer 1 cm verwijderd zit van de hypothalamus. Vlakbij dus. De hypofyse maakt vervolgens een hormoon aan dat de schildklier stimuleert (TSH), maar dat ook aan alle weefsels kenbaar maakt dat actief schildklierhormoon aangemaakt moet worden.

Als reactie erop maakt de schildklier een schildklierhormoon aan dat nog niet (goed) werkt: T4 (thyroxine, schildklierhormoon met 4 jodiumatomen) en een klein beetje van het actieve schildklierhormoon T3 (thyronine, met 3 jodiumatomen). Om actief schildklier te verkrijgen moet er dus 1 jodiumatoom van T4 afgehaald worden en dan krijg je T3. Dit proces kan in elke cel van het lichaam zo ongeveer plaatsvinden, waarbij de lever en nieren dat het beste kunnen. Je zou kunnen zeggen dat de schildklier een soort voorraad van het actieve hormoon aanmaakt, namelijk T4, zodat het lichaam altijd heel snel T3 kan aanmaken.

T3 en T4 in het bloed

Wat het verhaal iets ingewikkelder maakt is dat zowel T4 als T3 heel slecht oplossen in een waterige omgeving, zoals bloed. Om dus in het bloed vervoerd te kunnen worden moet het gebonden worden aan een eiwit. Je zou dit een soort rijdende voorraadschuur kunnen noemen. Uit de voorraadschuur lost een piepklein beetje op in het bloed. Dit noemen we vrij T4 (fT4 in het Engels) en vrij T3 (fT3). Het is met name dit fT3 dat de cellen kan aansporen hun metabole activiteit te verhogen. Zie de tekening.

Overgang en schildklier

Nu is het zo dat die schildklier bij veel mensen, met name vrouwen, gevoelig is. Als we kijken naar het voorkomen van een trage schildklier, dan zien we dat meestal gebeuren bij vrouwen tussen de 40 en 60 jaar. In de periode dat de vrouw van vruchtbaar naar onvruchtbaar gaat: de overgang of menopauze genoemd.

Vaak is echter niet de schildklier het probleem. De schildklier reageert op z’n omgeving. Hoe ik het zie is dat de schildklier als een soort ‘hekkensluiter’ reageert op de totale disbalans van de hormonen tijdens de overgang.

De geslachthormonen veranderen sterk in deze periode. Daar kunnen we weinig aan veranderen, tenzij je HST (Hormoon Suppletie Therapie) overweegt. Dat brengt zeker rust in het geheel. Maar mocht je daar niet toe besluiten dan blijven er 2 hormonen over waar we gelukkig wel invloed op kunnen uitoefenen: insuline en cortisol.

Insuline

Tijdens de overgangsperiode verandert de vrouw. Tijdens de verandering kan ze last krijgen van veel klachten. Een veelgehoorde klacht is een toegenomen suikerbehoefte, de ‘craving’ en dat met name tussen 16 en 18 uur. Suiker maar ook de geraffineerde koolhydraten (zoals witte rijst, witte bloem, aardappelpuree en producten die hiervan gemaakt zijn) zorgen voor een glucose-stijging in het bloed, waarna er een reactie komt van het lichaam om die glucose binnen de perken te houden. De alvleesklier gaat insuline aanmaken. Hierdoor wordt suiker opgenomen door de lichaamscellen en daalt de glucose in het bloed weer. Maar insuline is een hormoon met veel breder werking dan alleen het dalen van glucose. En de schildklier is hier gevoelig voor. Door zo te eten dat we geen grote schommelingen in insuline creëren (suikers uit je voeding) komt er in ieder geval rust op dit vlak. Niet alleen voor de schildklier maar ook voor andere weefsels. Een stabiele glucose en een stabiel insuline in het bloed is voor het hele lichaam fijn.

Cortisol

Tijdens de overgang zorgt de disbalans in de geslachthormonen (oestrogeen en progesteron) voor stress. De vrouw merkt het vaak niet maar het lichaam werkt extra hard om het evenwicht te behouden. Zeker richting de laatste menstruatie (de menopauze) wordt dit steeds heftiger. Voor de vrouw betekent dit dat, hoewel ze het gevoel kan hebben dat ze niets doet en op sommige dagen tot niets komt, het lichaam wel hard werkt waardoor ze zich toch moe voelt.

Als ze geen rust kan nemen omdat het leven waar ze op dat moment in zit te veel van haar vraagt (ouders die zorg nodig hebben, kinderen/pubers die zorg nodig hebben, werk waar ze vaak veel verantwoordelijkheid draagt, relaties die wellicht aandacht vragen etc.) dan produceert ze (ongemerkt en/of ongewild) regelmatig veel adrenaline en cortisol. De schildklier reageert hierop. Ook voor andere organen, het verteringsorgaan en het immuunsysteem bijvoorbeeld, is veel en vaak en lange tijd cortisol niet goed. Herstel verloopt niet meer goed waardoor meerdere functie eronder kunnen lijden.

Het reguleren van stress, oftewel ontspanning zoeken en meer rust inbouwen voor jezelf, zal hierin helpend zijn.

Hypothyroïdie

De schildklier reageert meestal door te gaan onderpresteren, een hypothyroïdie. Dit kan een heel scala aan klachten met zich meebrengen. Te denken valt aan: constant moe, snel koud, geen zin om dingen te ondernemen, haaruitval (ook van de wenkbrauwen), brokkelige nagels, vaak verkouden/griep, spieren die stijf zijn en zwakker zijn dan normaal, traag in denken en handelen, langzame spraak en vaak ook een lagere stem, obstipatie, gewichtstoename, carpaal tunnelsyndroom, depressieve klachten, angst, agressie, laag zelfvertrouwen…. Eigenlijk te veel klachten om op te noemen. In het boek van Barnes noemt hij ontzettend veel klachten waar een hypothyroïdie onder kan liggen. Maar het is mijn ervaring dat elk mens anders reageert en dat je in de klachten die je te horen krijgt altijd luistert met het oor van de schildklier. Kan er een hypothyroïdie mee te maken hebben?

Daarom is het zo fijn om de test van Barnes te kunnen gebruiken. Die wijst je vaak wel in de goede richting.

Hashimoto

Bij het vaststellen van hypothyroïdie wordt vaak ook gekeken naar een mogelijke auto-immuunreactie van het lichaam. Hier kan een schildklier niet veel aan doen. Het is een klein onderdeel van het immuunsysteem (ik noem ‘m ‘de architect’, het is de B-lymfocyt die huist in de lymfeknopen) dat op afstand bedenkt dat bepaalde onderdelen van de schildklier gevaarlijk zijn voor het lichaam. Als reactie daarop ontwerpt deze architect immuunglobulinen (anti-TPO en anti-Tg) die de schildklier aanvallen. Als dit op te grote schaal gebeurt (op kleinere schaal leidt dat blijkbaar niet tot problemen) dan spreken we van Hashimoto.

Hyperthyroïdie

Naast een vertraging kan de schildklier ook reageren met overactiviteit. Dat noemen we hyperthyroïdie. De hypothalamus houdt zich muisstil maar de schildklier gaat in ‘overdrive’. Er is jammer genoeg geen ‘uit-knop’ van de schildklier, alleen een ‘minder aan’. Maar een schildklier kan dus ondanks weinig stimulatie vanuit de hypothalamus toch te veel T4/T3 gaan aanmaken.

Typische klachten van een hyperthyroïdie zijn: innerlijke onrust, kort lontje, verhoogde eetlust en niet aankomen, veel transpireren, het snel warm hebben, verhoogde hartslag, het gevoel de hele dag ‘aan’ te staan, slaapproblemen (niet in kunnen slapen door overactiviteit van de hersenen), bevende handen, diarree, spierzwakte, inwendig trillerig gevoel, haaruitval en brokkelende nagels, gejaagd gevoel, snel geïrriteerd, emotionele labiliteit, gevoel van uitputting, angst, agressie…. Te veel klachten om allemaal op te noemen.  Ook hier zien we dat elk mens anders reageert.

Vaak zien we een combinatie van verschillende hypo- en hyperthyroïdie-klachten en moet het bloedonderzoek uitwijzen welke van de twee reacties van de schildklier het betreft. Ook hier kan de test van Barnes een richtingaanwijzer zijn.

Graves

Ook hier kan een auto-immuunziekte onderliggen, dat is meestal ook het geval. Er worden dan immuunglobulinen gemaakt die de schildklier extra stimuleren. Ik zou zeggen, een niet heel effectieve manier van een immuunglobuline, die oorspronkelijk ontworpen is om dingen juist niet te meer te laten reageren, maar blijkbaar kan dit ook gebeuren in ons lichaam. Deze auto-immuunziekte heet Graves.

Graves komt, in tegenstelling tot Hashimoto, eerder voor bij jongere vrouwen. Met name na een zwangerschap. De ervaring leert dat dit zichzelf vaak binnen een jaar kan herstellen. De immunglobulinen zijn TSH-receptor antistoffen (ook TRAK of TSI genoemd).

De schildklier in de watten leggen

Hoe kunnen we de schildklier extra verwennen? In de hoop dat de schildklier zichzelf gaat herstellen.

Als eerste dus de hormonen zoveel mogelijk in balans brengen. Leefstijl aanpassen werkt dan op de langere termijn het beste.

Rust en ontspanning inbouwen, meer tijd voor jezelf nemen. Dit kan op vele verschillende manieren en sommige vrouwen hebben hier hulp bij nodig.

Elke dag, elke week, elke maand, elk jaar iets plannen waar je je op verheugt. Denk aan: momenten inbouwen waarop je met je vriendinnen koffie drinkt, dat je alleen bent, of een wandeling in het bos, of met je hobby bezig kan zijn, of waarop je kunt sporten, of naar de sauna gaat, een weekendje weg, vakanties plannen, etc. Echte ‘me-time-momenten’ inbouwen.

Daarnaast grote energie-slurpers in de gaten krijgen en zoveel mogelijk indammen. Nee leren zeggen tegen mensen/momenten die teveel van je vragen op dat moment. Weetje: dit gaat na de menopauze overigens steeds gemakkelijker!

Een hele belangrijke die we als vrouw vaak vergeten is: je omgeving op de hoogte brengen van hoe je je voelt. Niemand voelt namelijk wat je als vrouw voelt met een uit de pas lopende schildklier. En daaruit volgt dat je ook hulp kunt vragen als dat nodig is.

In deel twee van de schildklier vertel ik wat verder ook ten grondslag kan liggen aan een uit de pas lopende schildklier. Welke (energetische) oorzaken worden vaak gevonden bij iemand waarvan de schildklier een hyper- of hypofunctie gaat vertonen? En daaruit volgt dan ook vaak welke therapie mogelijk helpend kan zijn.