Elke vrouw krijgt op een moment in haar leven te maken met de overgang (als ze oud genoeg wordt), de periode waarin het lichaam overschakelt van vruchtbaar zijn naar niet meer vruchtbaar zijn. Dat is een heel proces dat welgeteld zo’n 10 jaar of langer kan duren.

Tien jaar is wel heel erg lang, waarom is dat en wat gebeurt er eigenlijk in die tijd?

Wat er tijdens de menstruatiecyclus gebeurt is eenvoudig uit te leggen. Midden in je hoofd zit een piepklein orgaan, de hypothalamus, met z’n maandelijks ritme elke maand (met hormoon GnRH) via de hypofyse je eierstokken roept om een eitje klaar te maken voor de eisprong (FSH). Je kunt je dat voorstellen als een toeter die het lichaam rond gaat en die roept: eitje maken, eitje maken! En dat de eierstok zegt: Ok! In de vorm van het hormoon oestrogeen. De hypothalamus/hypofyse zijn door de steiging van het oestrogeen gerustgesteld, de toeter wordt rustig en ondersteunend. Het eitje rijpt, komt in de eileider, vervolgt zijn weg, wordt meestal niet bevrucht waarna de vrouw ongesteld wordt.

Zo gaat ’t meestal

In de overgang krijgen de eierstokken te maken met een tekort aan, met name goeie, eitjes. Ze gaan een soort van haperen. De toeter roept, maar de eierstok geeft steeds trager antwoord. Dan gaat de hypofyse harder toeteren, meer hormonen maken (FSH stijgt).

Het is de combinatie van het teveel aan hypofyse-hormonen (de toeter) en te weinig aan eierstok-hormonen (oestrogeen en progesteron) die maakt dat de vrouw zo heftig kan reageren. We noemen dit voor het gemak hormonale disbalans.

De fase naar de laatste menstruatie toe kan heel stressvol worden voor het lichaam. Zelf heb je dat mogelijk niet echt in de gaten totdat je in je dagelijkse leven meer stress krijgt. Je kunt er ineens niet meer tegen.

Dit kan een heel arsenaal van klachten teweegbrengen. Om er een aantal te noemen: burn-out, slechter slapen, heftiger ongesteldheden met stemmingswisselingen en/of hevige bloedingen, depressieve gevoelens, pijn in gewrichten (frozen shoulder) en spieren maar ook iets als (chronische) blaasontsteking en ineens veel meer last krijgen van je maag/darmen. Je ogen gaan achteruit, brilletjes die helpen lezen sluipen je huis binnen.

Ook psychisch kan het vele veranderingen met zich meebrengen. De lijst van klachten is vele malen langer, maar dit zijn de meest gehoorde en ook vaak klachten waarmee vrouwen hulp zoeken.

Richting de laatste menstruatie – ook wel menopauze genoemd – komen steeds langere tijden geen ongesteldheid voor totdat die een jaar lang helemaal achterwege blijft. Dan heb je de laatste ongesteldheid (meestal) gehad.

De klachten na de menopauze (postmenopauzaal) kunnen verschillen van ervoor (premenopauzaal). De stemmingswisselingen nemen af, er is geen ongesteldheid meer, er is vaak meer rust in je lichaam. Maar je komt ook gewicht aan, meestal in je buik, en dat is lastiger kwijt te raken. Opvliegers kunnen het leven enorm verstoren, nachtelijk zweten kan de nacht in stukken breken waardoor je chronisch moe wordt. Spieren verdwijnen sneller als je niet meer sport of beweegt. Kort gezegd wordt je lichaam minder goed onderhouden door oestrogeen dan daarvoor. Alles wordt een beetje minder.

Er zijn vrouwen die weinig tot geen last van de overgang hebben maar de meeste vrouwen merken in meer of mindere mate wel dat ze aan het veranderen zijn. Zowel fysiek als psychisch.

Er is veel te doen aan je klachten door verschillende therapeuten. Van de huisarts krijg je vaak een vorm van hormonen bij overgangsklachten. En veel vrouwen met echt ontwrichtende klachten zijn daar gelukkig ook mee geholpen.

In het alternatieve veld zijn er veel therapeuten die je hierbij ook kunnen ondersteunen. Acupunctuur, voeding en orthomoleculaire ondersteuning, goede gesprekken met een coach/psycholoog/mediator, shiatsu, kinesiologie, voetreflex, osteopathie, orthomanuele therapie, natuurgeneeskunde, mesologie, om er een aantal te noemen. Het beste is om te kiezen wat bij je past. En door te gaan met zoeken tot je een therapeut vindt die jou helpt!

Want klachten tijdens de overgang zijn heel goed te verminderen of zelfs te verhelpen.